Onbezongen heldinnen van de psychoanalyse
15-jarig jubileum Sjibbolet
23 januari 2026
Leontine Brameijer
Onbezongen heldinnen van de psychoanalyse is de titel van een boek dat nu alleen nog in mijn hoofd bestaat, maar waarvan ik hoop dat als het ooit op papier komt, Elsbeth het wil uitgeven. Ik wil in dat boek kort de levens beschrijven van enkele vrouwen die niet, of niet als hoofdbezigheid, de psychoanalyse als behandelmethode toepasten, maar die ieder op hun eigen manier onmisbaar zijn geweest voor de ontwikkeling en verspreiding van het psychoanalytisch gedachtegoed.
Onder deze onbezongen heldinnen reken ik bijvoorbeeld Alix Strachey. Geboren in 1892 in de Verenigde Staten, in een welgesteld, intellectueel maar conflictueus gezin, kreeg ze haar opleiding in Engeland – op de bekende kostschool Bedales, aan de Slade School of Art in Londen, en daarna in Cambridge, waar ze in 1914 afstudeerde in de moderne talen. Hier kwam ze in aanraking met leden van de Bloomsbury Group en in 1920 trouwde ze met één van hen: James Strachey. Kort daarna vertrok ze met hem naar Wenen omdat hij zich wilde laten analyseren door Sigmund Freud teneinde zelf analyticus te worden, nadat hij met zijn werkzaamheden als recensent voor de Spectator, en later de Nation wat op een dood spoor was geraakt. Het was niet Alix’ plan om ook in analyse te gaan, maar toen ze in de Weense opera – bij Götterdämmerung! – een paniekaanval kreeg meldde ze zich alsnog bij de professor, die ook haar aannam. In die tijd was het blijkbaar nog niet ongebruikelijk om twee partners tegelijk in analyse te hebben (uiteraard op verschillende uren).
Het was in deze periode dat de Stracheys begonnen met het vertalen van Freuds geschriften in het Engels, op diens verzoek, en James zou snel na zijn terugkeer in Londen Leonard Woolf, die met zijn vrouw Virginia de Hogarth Press had opgericht, benaderen en hem vragen het verzameld werk van Freud in Engelse vertaling uit te geven. Die deed dit onmiddellijk en zou uiteindelijk ook zorg dragen voor de 24-delige The Complete Psychological Works of Sigmund Freud, grotendeels vertaald door Alix en James, dat in 1974 zou verschijnen.
Alix’ analyse bij Freud werd onderbroken door ziekte – in verband met aanhoudende longproblemen bracht ze zelfs enige tijd door in een sanatorium. Toch kregen beide echtelieden bij terugkomst in Engeland in 1923 het lidmaatschap van de Britse Psychoanalytische Vereniging (BPAS) en de licentie om te praktiseren als analyticus. Freud had Alix wel aangeraden een vervolg aan haar analyse te geven bij Karl Abraham, en daarom vestigde ze zich vanaf september 1924 tijdelijk in Berlijn. James bleef in Londen en aan deze situatie danken we één van de meest interessante – en amusante – correspondenties uit de geschiedenis van de psychoanalyse, liefdevol geredigeerd door twee Amerikaanse Anglisten, Perry Meisel en Walter Kendrick, en uitgegeven door Chatto & Windus.
In Berlijn raakte Alix bevriend met Melanie Klein, die daar, als eerste, jonge kinderen analyseerde volgens Freuds methode, en en passant de speltherapie uitvond. Op de nieuwe inzichten die zij daarbij opdeed kreeg ze veel kritiek. Op 14 december 1924 schreef Alix aan James over een bijeenkomst van de Berlijnse psychoanalytische vereniging, in een met Duitse termen doorspekt Engels: ‘Dearest James…I meant to tell you how exciting last night’s Sitzung had been. For Die Klein propounded her views & experiences on Kinderanalyse, & at last the opposition showed its hoary head – & it really was too hoary. The words used were, of course, psycho-analytical: danger of weakening the Ichideal, etc. But the sense was, I thought, purely anti-analysis: we mustn’t tell children the terrible truth about their repressed tendencies, etc. And this, altho’ die Klein demonstrated absolutely clearly that these children (from 2 ¾ upwards) were already wrecked by the repression of their desires & the most appalling Schuld bewusstsein…The opposition consisted of Drs. Alexander and Radó…Abraham spoke sharply to Alexander…’ En in haar brief van 25 januari 1925 lezen we: ‘…there’s no doubt she’s hated by a large section (all male) of the [psychoanalysts]. (Sachs, Lampl, Radó, Alexander, etc.)…I do think it’s important to back her point of view.’
Dit deden Alix en James. In de zomer van 1925 gaf Klein op uitnodiging van Ernest Jones, Freuds man in Engeland, zes lezingen in Londen, die met veel zorg uit het Duits waren vertaald door Alix. Deze lezingen zouden een plaats krijgen in Kleins The Psycho-Analysis of Children, dat in 1932 verscheen, uiteraard bij de Hogarth Press. Alix gaf Klein ook – met veel geduld – Engelse les in Berlijn. Kleins denkbeelden werden in Engeland enthousiast ontvangen, en nadat Karl Abraham in december 1925 – veel te jong – was overleden en ze daarmee haar belangrijkste steun in Berlijn had verloren, vestigde Klein zich, geholpen door Ernest Jones, de Stracheys en enkele bewonderaars, onder wie Joan Riviere, definitief in Londen. Hier kon zij in ieder geval de eerste jaren rustig verder denken en werken, en uiteindelijk ‘school maken’.
Ik vertel dit allemaal om te benadrukken hoe belangrijk het is dat er mensen zijn die talent, en vernieuwende of waardevolle ideeën herkennen, en die bereid zijn het minder dankbare werk op zich te nemen van het vertalen en uitgeven van de teksten waarvan het belangrijk is dat het publiek er kennis van neemt. Ik zal in mijn boek dan ook zeker een hoofdstuk wijden aan onbezongen heldin van de psychoanalyse Elsbeth Greven. Want haar bijdrage aan het verspreiden van het psychoanalytisch gedachtegoed in Nederland is aanzienlijk. Bij uitgeverij Boom gaf je het volledige werk van Sigmund Freud uit, in een nieuwe, Nederlandstalige editie. Je promoveerde op een proefschrift over de totstandkoming en ontvangst van de verschillende uitgaven van Freuds werk in Nederland. In jouw eigen uitgeverij Sjibbolet gaf je een indrukwekkend aantal psychoanalytische titels uit van auteurs van wie er een aantal hier aanwezig zijn. Meest recent het mooie ‘Kuur, duur, avontuur’ van Michel Thys. Een jaar of vijf, zes geleden stelde je voor om eens een werk van Melanie Klein in het Nederlands te laten vertalen en uit te geven, het eerste. Je keus was gevallen op Our Adult World and its Roots in Infancy. Ik mocht de inleiding en een biografische schets leveren, Willy Hemelrijk tekende voor de mooie vertaling. Samen bedachten we de titel: Het kind in ons. De diepe oorsprong van ons wereldbeeld. Het werd één van de vele kleinoden in je fonds. Daarna gaf je onze verzamelbundel uit: Liefde en waarheid. Denken en werken in kleiniaans perspectief. Inmiddels werken we aan een vervolg, opnieuw met jouw steun.
Ik heb gemerkt dat uitgeven zoveel méér is dan een boek produceren. Tussen de uitgever (of redacteur) en de auteur ontstaat als het goed is een relatie die bijna te vergelijken is met die van een analyticus met zijn patiënt, gekenmerkt door zowel ondersteuning als aanmoediging en uitdaging, een relatie die de auteur helpt het beste uit zichzelf te halen. Daarom stel ik voor dat we het glas heffen op Elsbeth Greven, uitgever van het eerste werk van Melanie Klein in het Nederlands, en heel veel meer! Op Elsbeth en Sjibbolet!
Meisel, P. & W. Kendrick (eds.), Bloomsbury/Freud. The Letters of James and Alix Strachey 1924-1925, London, Chatto & Windus, 1986.

