Op 23 januari 2026 werd het derde lustrum (2010-2025) van Uitgeverij Sjibbolet in een volle boekhandel Van Rossum in Amsterdam op feestelijke wijze gevierd, waarbij auteurs, participanten bij de uitgeverij en vele belangstellenden aanwezig waren. Na de openingsspeech getiteld ‘In de greep van het avontuur’ van oprichter-uitgever van Sjibbolet, Elsbeth Greven, vertelde filosoof en psychoanalyticus Michel Thys over zijn lustrumboek Kuur, duur, avontuur. Psycholoog-psychoanalyticus Michel van Veen ging in op het boek waarna een geanimeerd gesprek met de auteur en met het publiek plaatsvond. Componist, dirigent, classicus en zanger Jeroen Spitteler bracht een aantal liederen van Hildegard van Bingen ten gehore. Renée van Riessen, emeritus hoogleraar filosofie en dichter, droeg het titelgedicht ‘Het komende leven’ voor uit haar bij Sjibbolet uitgegeven dichtbundel en lichtte deze toe. Hoogleraar mystieke theologie aan de KULeuven, auteur en vertaler Inigo Bocken, gaf een ware Sjibbolet-toespraak (die hieronder is te lezen). Tot slot sprak psychoanalytica Leontine Brameijer over de ‘onbezongen heldinnen van de psychoanalyse’ waaronder Alix Strachey die onder andere werk van Melanie Klein in het Engels vertaalde, en brak zij een lans voor het vertalen en uitgeven van psychoanalytische teksten. Zie ‘Onbezongen heldinnen van de psychoanalyse’; toespraak Leontine Brameijer bij lustrumviering van Sjibbolet – Uitgeverij Sjibbolet
Toespraak van Inigo Bocken op 23 januari 2026 (licht aangepast)
Beste vrienden van Sjibbolet,
Zoals het voor een uitgeverij van stand hoort, valt het niet mee om een eenduidig profiel van de jubilerende uitgeverij Sjibbolet in enkele lijnen te schetsen. En zoals de naam al doet vermoeden, volstaat het niet enkele keywords te noemen om te weten wie erbij hoort en wie niet. Alleen al daarom gaat onze favoriete uitgeverij tegen de tijdsgeest in. Karl Rahner en Sigmund Freud – Edith Brugmans en Marc De Kesel – Hadewijch en Agamben, Titus Brandsma over Maria en Lacan over het objet a, De blik van God en Het Godstrauma: om één van de bijzondere auteurs uit het Sjibbolet-fonds te citeren – Nicolaus Cusanus – dit lijkt verdacht veel op coincidentia oppositorum: het samenvallen van tegengestelden. Een principe dat in onze tijd, waarin de eenduidigheid haar totalitaire krachten volop dreigt te ontplooien, eerder verwarring wekt dan geruststelt. De eenduidigen van deze wereld zien hierin geen kracht, maar een zwakheid: een onvermogen om te kiezen, om macht uit te oefenen. Keyword in plaats van sjibbolet.
Herkenningstekens in steeds wisselende configuraties, perspectiefwisselingen, onverwachte ontmoetingen. Zo zou je het register kunnen verkennen waarin de klanklijnen van onze geliefde uitgeverij hun subtiele weg gaan. Het contrapunt vinden waar de krachtpatserij van onze tijd geen vat op krijgt. De marges opzoeken waarin iets gebeurt wat in het centrum onmogelijk is. Hoe zou ik dit anders kunnen beschrijven dan door het verhaal te vertellen van mijn eerste ontmoeting met Elsbeth Greven? Ik weet niet meer precies wanneer het was. Meer dan tien jaar geleden in ieder geval — maar zeker niet langer dan vijftien jaar. Het was in Rome. Ik was daar om les te geven aan de Benedictijnse hogeschool Sant’Anselmo. En zoals altijd wanneer ik in Rome ben, kon ik het niet laten naar het graf van Cusanus te gaan. Dat bevindt zich — zoals iedereen weet — in de San Pietro in Vincoli, schuin tegenover de beroemde Mozes van Michelangelo. Voor de psychoanalytici onder ons: ja — het is een graf. En dat doet iets, zeker als je zo met Cusanus leeft. Het zijn vaak de ontmoetingen in een ooghoek die achteraf beslissend blijken. Zo ook daar, bij het graf van Cusanus. Ik herkende zowaar een oud-student, die ik jaren niet had gezien. Hij stond niet alleen. Naast hem iemand die ik tot dan toe alleen kende als uitgever: Elsbeth Greven. Ze stonden, zo bleek, bij Mozes. Voor wie vertrouwd is met de psychoanalyse is dat geen onschuldige plek. Het is bekend dat Sigmund Freud juist daar, voor dat beeld, uren kon doorbrengen tijdens het schrijven van ‘Der Mann Moses und die monotheistische Religion’. Mozes staat daar voor oorsprong en breuk, voor wet en gezag, voor de vaderfiguur waar je niet zomaar omheen kunt. Ze vertelden mij wat hen daar had gebracht. En toen heb ik iets gezegd wat ik niet had voorbereid. Ik zei: ‘Nee… keer u om.’ Ik wees naar de andere kant van de kerk. Naar het graf van Cusanus. Dat moment — dat omkeren — was geen correctie, geen beter weten. Het was eerder een kleine verstoring, een aanwijzing, waarmee iemand zelf verder gaat. Misschien is dat wel de diepste beweging van zowel de psychoanalyse als van de mystieke theologie: dat het niet om bekering gaat, maar om een dieper zelfverstaan. Niet om iets nieuws worden, maar om te leren horen wat al langer meesprak. En wat mij gaandeweg is opgevallen, is niet volgzaamheid, maar juist een kritische ontvankelijkheid: het vermogen om een breuk toe te laten zonder haar meteen te dichten. Dat is, denk ik, een zeldzame gave: het vermogen tot blikwisseling, tot perspectiefwisseling — niet omdat het moet, maar omdat er iets anders zichtbaar wordt. Elsbeth heeft een scherp oog voor wat ik zou willen noemen: gebroken tekens. Tekens die niet afgerond zijn. Die schuren. Die hun betekenis niet meteen prijsgeven. Waar anderen onduidelijkheid zien, ziet zij belofte. Waar anderen breuk ervaren, herkent zij een andere samenhang. En soms betekent dat ook: ruimte laten voor scherpe zinnen. Zij heeft zelfs een zin laten staan in één van mijn manuscripten waarin ik de psychoanalyse heb getypeerd als de meest gesofisticeerde vorm van kleinburgerlijkheid — maar dan wel zó gesofisticeerd dat zij haar weer ontstijgt.
Misschien is dat wel het diepste herkenningsteken van uitgeverij Sjibbolet. Geen glad zondagsverhaal. Geen eenduidig systeem. Maar de bereidheid om tekens serieus te nemen juist daar waar ze gebroken zijn. Dat vraagt moed. En geduld. En een fijnzinnige trouw aan wat zich niet laat afdwingen. Het is die houding die maakt dat psychoanalyse en mystiek elkaar bij Sjibbolet niet neutraliseren, maar scherp houden. Dat analyse niet ontmaskert om te vernietigen, en mystiek niet verheft om te ontsnappen. Maar dat beide ruimte scheppen voor een andere manier van zien. En misschien is dát, aan het einde van dit verhaal, het sjibbolet van Sjibbolet. Niet een woord dat je correct moet uitspreken. Niet een profiel dat je kunt afvinken. Maar een gevoeligheid. Een manier van luisteren. Een bereidheid om gebroken tekens niet te repareren, maar te laten spreken. Een uitgeverij die vertrouwt dat betekenis zich niet laat afdwingen, maar zich toont wanneer aandacht en tijd samenvallen. Waar perspectiefwisseling geen strategie is, maar een oefening. Waar psychoanalyse en mystiek elkaar niet gebruiken, maar bevragen. En waar wat al langer meesprak, eindelijk gehoord mag worden. Elsbeth, dank voor vijftien jaar trouwe aandacht voor dat wat zich niet opdringt, maar wel richting geeft. Dat is geen keyword. Dat is een sjibbolet.
Inigo Bocken

